Van de redactie
Doe mij die maar
Ik durf te wedden dat Ruud sommige nachten nog wakker schrikt. Badend in het zweet. Rechtop in bed. Gillend: “Nee! Nee, niet nog een keer! Ik kan niet meer!” Wie bedenkt zoiets eigenlijk? Best een tikkeltje sadistisch, toch? Natuurlijk, een profvoetballer heeft vast wel doorzettingsvermogen. Maar dan nog.
Mocht ik ooit bedenken dat ik een paar Skechers handsfree slip-ins nodig heb, durf ik niet eens een schoenenwinkel binnen. Stel je voor dat de verkoopster vraagt waar ze me mee kan helpen. “Nou, ik zoek van die eh… dingen.” Waarop zij vriendelijk vraagt: “Welke dingen?” Dan zit er niks anders op dan te wijzen. “Die!” Dat lijkt me veiliger. Waarna ik zeg: “Doe mij die maar.”
Een zin die mij doet denken aan een andere reclame. Met Snoop Dogg en Marco Borsato, ergens uit een ver verleden. Weet jij nog waar die voor was? Maar goed, dat is natuurlijk de kracht van reclame. Dat een paar woorden zonder toestemming in je hoofd kruipen en daar vervolgens jarenlang blijven bivakeren. Of, in het geval van Ruud Gullit: dat je een tongbreker vijf keer in vijftien seconden hoort en hem daarna nooit meer vergeet. En dat werkt blijkbaar. Want nu ik er zo over nadenk, begin ik me af te vragen of ze lekker zitten.
Misschien moet ik maar eens de stoute schoenen aantrekken. Dat schijnt heel eenvoudig te zijn tegenwoordig met…


